ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

trouwen

/trou·wen/

Nieuw

Betekenis

Officieel met iemand een huwelijk aangaan.

English

to get married

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to get married

Voorbeeld

“Ze gaan volgend jaar trouwen.”They are getting married next year.

Meer voorbeelden

  • “Mijn zus trouwde in een kleine kerk op het platteland.”
  • “We zijn tien jaar geleden getrouwd.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Je trouwt met iemand; het huwelijk zelf heet 'de bruiloft'.

Vaak samen gebruikt

trouwen met

Werkwoordsvormen

Infinitief: trouwen

Tegenwoordige tijd: ik trouw · jij trouwt · wij trouwen

Verleden tijd: trouwde / trouwden

Voltooid: is getrouwd

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie