ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord

het huwelijk

/hu·we·lijk/

Nieuw

Betekenis

De officiële, juridische band tussen twee getrouwde mensen.

English

marriage

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

marriage

Voorbeeld

“Hun huwelijk duurt nu al vijfentwintig jaar.”Their marriage has now lasted twenty-five years.

Meer voorbeelden

  • “Een gelukkig huwelijk vraagt om aandacht en respect.”
  • “Ze vieren dit jaar hun huwelijk met een groot feest.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Huwelijk beschrijft de relatie zelf, bruiloft is het feest.

Gerelateerde woorden

Niet verwarren met…

  • huwelijk ≠ bruiloft

    Bruiloft is het feest op de trouwdag; huwelijk is de blijvende relatie als getrouwd stel.

Categorie en situatie