ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
B1Werkwoord

samenwonen

/sa·men·wo·nen/

Nieuw

Betekenis

Als koppel in hetzelfde huis wonen, zonder getrouwd te zijn.

English

to live together, to cohabit

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to live together, to cohabit

Voorbeeld

“We wonen al drie jaar samen.”We have been living together for three years.

Meer voorbeelden

  • “Steeds meer stellen kiezen ervoor om eerst samen te wonen voor het huwelijk.”
  • “Ze gaan volgende maand samenwonen.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Samenwonen is een scheidbaar werkwoord: wij wonen samen.

Werkwoordsvormen

Infinitief: samenwonen

Tegenwoordige tijd: ik woon samen · jij woont samen · wij wonen samen

Verleden tijd: woonde samen / woonden samen

Voltooid: heeft samengewoond

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie