← Alle woorden
B1Werkwoord
samenwonen
/sa·men·wo·nen/
Nieuw
Betekenis
Als koppel in hetzelfde huis wonen, zonder getrouwd te zijn.
English
to live together, to cohabit
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
to live together, to cohabit
Voorbeeld
“We wonen al drie jaar samen.”We have been living together for three years.
Meer voorbeelden
- “Steeds meer stellen kiezen ervoor om eerst samen te wonen voor het huwelijk.”
- “Ze gaan volgende maand samenwonen.”
Wanneer gebruik je dit woord?
Samenwonen is een scheidbaar werkwoord: wij wonen samen.
Werkwoordsvormen
Infinitief: samenwonen
Tegenwoordige tijd: ik woon samen · jij woont samen · wij wonen samen
Verleden tijd: woonde samen / woonden samen
Voltooid: heeft samengewoond
Categorie en situatie
👨👩👧 Familie & relatiesFamilie