ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord

de partner

/part·ner/

Nieuw

Betekenis

De persoon met wie je een relatie hebt, getrouwd of niet.

English

partner

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

partner

Voorbeeld

“Ik ga samen met mijn partner naar het feest.”I'm going to the party together with my partner.

Meer voorbeelden

  • “Zij zoekt al een tijdje een nieuwe partner.”
  • “Mijn partner en ik wonen sinds vorig jaar samen.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Partner is een neutraal woord, ongeacht of je getrouwd bent of samenwoont.

Gerelateerde woorden

relatievriendinvriendechtgenoot

Categorie en situatie