ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Werkwoord

winkelen

/win·ke·len/

Nieuw

Betekenis

Naar winkels gaan om spullen te bekijken of te kopen.

English

to go shopping

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to go shopping

Voorbeeld

“Zullen we zaterdag samen gaan winkelen?”Shall we go shopping together on Saturday?

Meer voorbeelden

  • “Ze gaat graag winkelen voor kleren in het weekend.”
  • “We hebben de hele middag gewinkeld in het centrum.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Winkelen doe je vaak voor plezier, niet alleen om iets te kopen.

Werkwoordsvormen

Infinitief: winkelen

Tegenwoordige tijd: ik winkel · jij winkelt · wij winkelen

Verleden tijd: winkelde / winkelden

Voltooid: heeft gewinkeld

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie

🛒 WinkelenWinkelVrienden