ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

afrekenen

/af·re·ke·nen/

Nieuw

Betekenis

Betalen voor de producten die je gekozen hebt.

English

to pay, to check out

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to pay, to check out

Voorbeeld

“We staan in de rij om af te rekenen.”We're standing in line to check out.

Meer voorbeelden

  • “Wilt u apart of samen afrekenen?”
  • “Vergeet niet je bonuskaart als je afrekent.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Afrekenen gebruik je specifiek voor het moment bij de kassa.

Werkwoordsvormen

Infinitief: afrekenen

Tegenwoordige tijd: ik reken af · jij rekent af · wij rekenen af

Verleden tijd: rekende af / rekenden af

Voltooid: heeft afgerekend

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie