ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord

de tram

/tram/

Nieuw

Betekenis

Een voertuig op rails dat door de stad rijdt, vaak op straatniveau.

English

tram

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

tram

Voorbeeld

“Neem tram vier tot aan het museum.”Take tram four to the museum.

Meer voorbeelden

  • “De tram rijdt hier elke tien minuten.”
  • “In Amsterdam en Den Haag rijden veel trams.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Vooral in grote steden aanwezig.

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie