ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord

de bus

/bus/

Nieuw

Betekenis

Een groot voertuig dat veel mensen tegelijk vervoert.

English

bus

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

bus

Voorbeeld

“De bus naar het centrum vertrekt elk kwartier.”The bus to the centre leaves every fifteen minutes.

Meer voorbeelden

  • “Ik heb de bus net gemist.”
  • “In de bus moet je inchecken met je OV-chipkaart.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Openbaar vervoer over de weg.

Categorie en situatie