ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord

de toerist

/toe·rist/

Nieuw

Betekenis

Iemand die voor plezier een plaats bezoekt.

English

tourist

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

tourist

Voorbeeld

“In de zomer lopen er veel toeristen door het centrum.”In summer many tourists walk through the city centre.

Meer voorbeelden

  • “Als toerist wil ik ook plekken zien waar geen andere toeristen komen.”
  • “De stad trekt jaarlijks miljoenen toeristen.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Vaak neutraal, maar kan ook licht negatief klinken bij drukte.

Categorie en situatie