Easy Dutch Hub
A1 – B2 · Nederlands
Boeken, aankomen en verblijven: taal voor onderweg.
0 van 52 woorden geleerd
0%
/va·kan·tie/
Een periode waarin je niet werkt en meestal weggaat om te rusten.
holiday, vacation
/boe·ken/
Van tevoren een plaats, kamer of ticket reserveren.
to book
/re·ser·ve·ren/
Zorgen dat iets voor jou wordt vrijgehouden.
to reserve
/reis·bu·reau/
Een bedrijf dat reizen voor je regelt.
travel agency
/ho·tel/
Een gebouw waar je tegen betaling kunt overnachten.
hotel
/ka·mer/
Een ruimte in een hotel waar je slaapt.
room
/re·cep·tie/
De balie waar je incheckt en informatie kunt vragen.
reception (desk)
/over·nach·ten/
Ergens de nacht doorbrengen, niet thuis.
to stay overnight
/cam·ping/
Een terrein waar je met een tent of caravan kunt overnachten.
campsite
/tent/
Een lichte, draagbare woning van stof, vaak op de camping.
tent
/kam·pe·ren/
In een tent of caravan overnachten tijdens vakantie.
to camp
/vlieg·veld/
De plaats waar vliegtuigen landen en vertrekken.
airport
/geet/
De plek op het vliegveld waar je instapt in het vliegtuig.
gate
/ba·ga·ge/
De koffers en tassen die je meeneemt op reis.
luggage
/kof·fer/
Een grote tas met wielen om kleren en spullen in mee te nemen.
suitcase
/hand·ba·ga·ge/
De kleine tas die je meeneemt in het vliegtuig, niet in het ruim.
hand luggage
/in·chec·ken/
Je aanmelden voor een vlucht of hotelkamer.
to check in
/boar·ding·pas/
Het document waarmee je het vliegtuig in mag.
boarding pass
/dou·a·ne/
De dienst die op vliegvelden en grenzen controleert wat je bij je hebt.
customs
/vi·sum/
Een officiële toestemming om een land binnen te komen.
visa
/reis·ver·ze·ke·ring/
Een verzekering die betaalt als er iets misgaat tijdens je reis.
travel insurance
/an·nu·le·ren/
Een boeking of afspraak laten vervallen.
to cancel
/roe·te/
De weg die je volgt om ergens te komen.
route
/rich·ting/
De kant waarnaar je moet gaan om je bestemming te bereiken.
direction
/de weg vra·gen/
Iemand vragen hoe je ergens moet komen.
to ask for directions
/ver·dwa·len/
De weg kwijtraken en niet meer weten waar je bent.
to get lost
/be·stem·ming/
De plaats waar je naartoe reist.
destination
/toe·rist/
Iemand die voor plezier een plaats bezoekt.
tourist
/be·zie·nens·waar·dig·heid/
Een plek of gebouw dat de moeite waard is om te bezoeken.
sight, attraction
/gids/
Iemand die toeristen rondleidt, of een boekje met informatie.
guide
/rond·lei·ding/
Een georganiseerd bezoek waarbij iemand je alles laat zien en uitlegt.
guided tour
/rei·zi·ger/
Iemand die aan het reizen is, vaak met het openbaar vervoer.
traveller
/op tijd/
Precies wanneer het gepland is, niet te laat.
on time
/pak·lijst/
Een lijst met dingen die je moet inpakken voordat je op reis gaat.
packing list
/in·pak·ken/
Kleren en spullen in een koffer of tas doen voor een reis.
to pack
/vreem·de va·lu·ta/
Geld van een ander land dan je eigen land.
foreign currency
/op reis gaan/
Vertrekken om een reis te maken.
to go on a trip
/back·pac·ken/
Goedkoop reizen met een rugzak, vaak lang en door meerdere landen.
to backpack
/hos·tel/
Een goedkope plek om te overnachten, vaak met gedeelde kamers.
hostel
/reis·do·cu·ment/
Een officieel document dat je nodig hebt om te reizen, zoals een paspoort of ID-kaart.
travel document
/gel·dig/
Nog bruikbaar, niet verlopen.
valid
/aan·ko·men/
Op de plaats van bestemming komen.
to arrive
/ver·trek·ken/
Weggaan van een plaats om ergens anders naartoe te reizen.
to depart
/on·line in·chec·ken/
Van tevoren via internet inchecken voor een vlucht.
to check in online
/uit·zicht/
Wat je kunt zien vanaf een plek, bijvoorbeeld vanuit een kamer.
view
/a·von·tuur/
Iets spannends of onbekends dat je meemaakt.
adventure
/ver·len·gen/
Iets langer maken, bijvoorbeeld een verblijf of geldigheid.
to extend
/reis·sche·ma/
Een overzicht van waar je wanneer bent tijdens je reis.
itinerary
/af·stand/
Hoe ver iets van iets anders vandaan is.
distance
/ver·trek/
Het moment waarop een trein, bus of vliegtuig weggaat.
departure
/aan·komst/
Het moment waarop je op je bestemming bent.
arrival
/ver·blijf/
De tijd dat je ergens blijft, bijvoorbeeld in een hotel of in een land.
stay