ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
B1Zelfstandig naamwoord

de reiziger

/rei·zi·ger/

Nieuw

Betekenis

Iemand die aan het reizen is, vaak met het openbaar vervoer.

English

traveller

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

traveller

Voorbeeld

“Reizigers wordt gevraagd hun bagage niet onbeheerd achter te laten.”Travellers are asked not to leave their luggage unattended.

Meer voorbeelden

  • “Dit perron is voor reizigers naar Utrecht.”
  • “De trein zit vol met reizigers.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Officieel woord, vaak gebruikt in aankondigingen op stations.

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie