← Alle woorden
B1Zelfstandig naamwoord
het koppel
/kop·pel/
Nieuw
Betekenis
Twee mensen die een relatie hebben.
English
couple
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
couple
Voorbeeld
“Ze zijn een leuk koppel, altijd samen op stap.”They're a nice couple, always out together.
Meer voorbeelden
- “Het koppel woont sinds kort samen.”
- “Op het feest waren veel jonge koppels.”
Wanneer gebruik je dit woord?
Koppel gebruik je voor een paar mensen in een relatie, zowel getrouwd als niet.
Categorie en situatie