ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
B1Zelfstandig naamwoord

het koppel

/kop·pel/

Nieuw

Betekenis

Twee mensen die een relatie hebben.

English

couple

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

couple

Voorbeeld

“Ze zijn een leuk koppel, altijd samen op stap.”They're a nice couple, always out together.

Meer voorbeelden

  • “Het koppel woont sinds kort samen.”
  • “Op het feest waren veel jonge koppels.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Koppel gebruik je voor een paar mensen in een relatie, zowel getrouwd als niet.

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie