ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

afzeggen

/af·zeg·gen/

Nieuw

Betekenis

Zeggen dat een afspraak niet doorgaat.

English

to cancel

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to cancel

Voorbeeld

“Ik moet onze afspraak helaas afzeggen, ik ben ziek.”I unfortunately have to cancel our appointment, I'm ill.

Meer voorbeelden

  • “Kun je de vergadering afzeggen?”
  • “Hij heeft op het laatste moment afgezegd.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Gebruik dit als een geplande afspraak niet doorgaat.

Werkwoordsvormen

Infinitief: afzeggen

Tegenwoordige tijd: ik zeg af · jij zegt af · wij zeggen af

Verleden tijd: zegde af / zegden af

Voltooid: heeft afgezegd

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie

💬 GesprekkenGesprekWerk