ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

afspreken

/af·spre·ken/

Nieuw

Betekenis

Samen een tijd en plek kiezen om elkaar te ontmoeten.

English

to arrange to meet

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to arrange to meet

Voorbeeld

“Zullen we volgende week afspreken?”Shall we arrange to meet next week?

Meer voorbeelden

  • “We hebben afgesproken om drie uur.”
  • “Kunnen we morgen afspreken in het centrum?”

Wanneer gebruik je dit woord?

Gebruik dit om een moment te plannen met iemand anders.

Vaak samen gebruikt

een tijd afsprekenzullen we afspreken

Werkwoordsvormen

Infinitief: afspreken

Tegenwoordige tijd: ik spreek af · jij spreekt af · wij spreken af

Verleden tijd: sprak af / spraken af

Voltooid: heeft afgesproken

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie

💬 GesprekkenGesprekVrienden