ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord

de afspraak

/af·spraak/

Nieuw

Betekenis

Iets wat je met iemand hebt geregeld om samen te doen of te ontmoeten.

English

appointment, agreement

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

appointment, agreement

Voorbeeld

“Ik heb morgen een afspraak met een vriendin.”I have an appointment with a friend tomorrow.

Meer voorbeelden

  • “Kunnen we de afspraak verzetten naar volgende week?”
  • “Een afspraak is een afspraak, dus kom niet te laat.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Afspraak gebruik je zowel voor sociale afspraken als voor zakelijke of medische afspraken.

Synoniemen

afspraakje

Gerelateerde woorden

afsprekenagendaontmoeten

Categorie en situatie