← Alle woorden
A2Werkwoord
plannen
/plan·nen/
Nieuw
Betekenis
Van tevoren bedenken wat je gaat doen en wanneer.
English
to plan
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
to plan
Voorbeeld
“We moeten de vakantie nog plannen.”We still need to plan the holiday.
Meer voorbeelden
- “Ik plan mijn week altijd op zondag.”
- “Hebben jullie al iets gepland voor het weekend?”
Wanneer gebruik je dit woord?
Gebruik dit voor het organiseren van tijd of activiteiten vooraf.
Werkwoordsvormen
Infinitief: plannen
Tegenwoordige tijd: ik plan · jij plant · wij plannen
Verleden tijd: plande / planden
Voltooid: heeft gepland
Categorie en situatie