ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

plannen

/plan·nen/

Nieuw

Betekenis

Van tevoren bedenken wat je gaat doen en wanneer.

English

to plan

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to plan

Voorbeeld

“We moeten de vakantie nog plannen.”We still need to plan the holiday.

Meer voorbeelden

  • “Ik plan mijn week altijd op zondag.”
  • “Hebben jullie al iets gepland voor het weekend?”

Wanneer gebruik je dit woord?

Gebruik dit voor het organiseren van tijd of activiteiten vooraf.

Werkwoordsvormen

Infinitief: plannen

Tegenwoordige tijd: ik plan · jij plant · wij plannen

Verleden tijd: plande / planden

Voltooid: heeft gepland

Gerelateerde woorden

afsprekenagendaregelenorganiserenvoorbereiden

Categorie en situatie

💬 GesprekkenGesprekWerk