ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle grammatica
A1

Basiszinsbouw: het werkwoord op plaats 2

🎯 Doel: Je zet de persoonsvorm in een gewone zin op de tweede plaats.

Uitleg

In een gewone Nederlandse hoofdzin staat de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord) op plaats 2.

Plaats 1 is vaak het onderwerp, maar het kan ook een tijd of plaats zijn. Dan komt het onderwerp direct ná het werkwoord.

Een ‘plaats’ kan uit meerdere woorden bestaan: ‘Morgen om negen uur’ is samen plaats 1.

Plaats 1Plaats 2 (pv)Rest
Ikgamorgen naar Utrecht.
Morgengaik naar Utrecht.
Naar Utrechtgaik morgen.

✅ Goede voorbeelden

  • Vandaag werk ik thuis.
  • In de winter is het vroeg donker.
  • Mijn zus studeert rechten.

Veelgemaakte fouten

  • Morgen ik ga naar de dokter.

    Morgen ga ik naar de dokter.

    Het werkwoord moet op plaats 2; het onderwerp schuift naar achteren.

Eindquiz

1 / 3

Kies de goede zin.

Volgende les · A1

Vragen stellen →