Scheidbare werkwoorden
🎯 Doel: Je herkent scheidbare werkwoorden en zet het losse deel op de goede plek.
Uitleg
Sommige werkwoorden bestaan uit twee delen, zoals opbellen, meenemen, afspreken, uitnodigen.
In een hoofdzin in de tegenwoordige tijd gaat het werkwoord uit elkaar: het eerste deel gaat naar het eind. Ik bel je morgen op.
In het perfectum komt ‘ge’ in het midden: opgebeld, meegenomen, afgesproken.
In een bijzin en bij het hele werkwoord blijven ze aan elkaar: …omdat ik je opbel. Ik wil je opbellen.
✅ Goede voorbeelden
- Neem je een paraplu mee?
- We spreken om tien uur af.
- Ik heb mijn buren uitgenodigd.
- Kun je het raam dichtdoen?
Veelgemaakte fouten
Ik opbel je straks.
Ik bel je straks op.
In een hoofdzin gaat ‘op’ naar het eind.
Ik heb hem geopbeld.
Ik heb hem opgebeld.
‘Ge’ komt tussen de twee delen.
Eindquiz
1 / 3Hoe zeg je het in de tegenwoordige tijd? (meenemen) Ik … brood …
Volgende les · A2
Modale werkwoorden →