ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle grammatica
A1

Ontkennen met niet en geen

🎯 Doel: Je kiest correct tussen ‘niet’ en ‘geen’.

Uitleg

‘Geen’ gebruik je bij een zelfstandig naamwoord met ‘een’ of zonder lidwoord: Ik heb een auto → Ik heb geen auto. Ik drink koffie → Ik drink geen koffie.

‘Niet’ gebruik je in de andere gevallen: bij een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een naam of een woord met ‘de/het/dit/mijn’.

‘Niet’ staat vaak aan het eind of vóór het deel dat je ontkent: Ik werk vandaag niet. Het is niet duur.

✅ Goede voorbeelden

  • Ik heb geen tijd.
  • Ik ken hem niet.
  • Dat is niet mijn fiets.
  • Er zijn geen kaartjes meer.

Veelgemaakte fouten

  • Ik heb niet een auto.

    Ik heb geen auto.

    ‘Niet een’ wordt ‘geen’.

  • Het huis is geen groot.

    Het huis is niet groot.

    Bij een bijvoeglijk naamwoord gebruik je ‘niet’.

Eindquiz

1 / 4

Ik spreek … Duits.

Volgende les · A1

Basisvoorzetsels van plaats en tijd →