De of het?
🎯 Doel: Je kent de belangrijkste tips voor ‘de’ en ‘het’ en weet dat je veel woorden moet leren.
Uitleg
Nederlands heeft twee bepaalde lidwoorden: ‘de’ en ‘het’. Ongeveer twee derde van de woorden is een de-woord.
Er is geen regel die altijd werkt. Leer daarom elk nieuw zelfstandig naamwoord samen met het lidwoord.
Handige tips: alle meervouden zijn ‘de’ (de huizen). Verkleinwoorden zijn ‘het’ (het huisje). Woorden op -ing zijn meestal ‘de’ (de woning). Woorden met ge- of be- vooraan zijn vaak ‘het’ (het gesprek, het begin), maar niet altijd (de gedachte).
| Tip | Voorbeeld |
|---|---|
| Meervoud → de | de kinderen |
| Verkleinwoord → het | het kindje |
| -ing → meestal de | de vergadering |
| Taalnamen → het | het Nederlands |
💡 Dit zijn tips, geen vaste regels. Twijfel je? Kijk in het woordenboek of bij het woord in Woorden.
✅ Goede voorbeelden
- het huis → de huizen
- de tafel → het tafeltje
- de afspraak
- het gesprek
Veelgemaakte fouten
het kinderen
de kinderen
Een meervoud krijgt altijd ‘de’.
Eindquiz
1 / 4… boeken liggen op tafel.
Volgende les · A1
Ontkennen met niet en geen →