ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle grammatica
A1

De of het?

🎯 Doel: Je kent de belangrijkste tips voor ‘de’ en ‘het’ en weet dat je veel woorden moet leren.

Uitleg

Nederlands heeft twee bepaalde lidwoorden: ‘de’ en ‘het’. Ongeveer twee derde van de woorden is een de-woord.

Er is geen regel die altijd werkt. Leer daarom elk nieuw zelfstandig naamwoord samen met het lidwoord.

Handige tips: alle meervouden zijn ‘de’ (de huizen). Verkleinwoorden zijn ‘het’ (het huisje). Woorden op -ing zijn meestal ‘de’ (de woning). Woorden met ge- of be- vooraan zijn vaak ‘het’ (het gesprek, het begin), maar niet altijd (de gedachte).

TipVoorbeeld
Meervoud → dede kinderen
Verkleinwoord → hethet kindje
-ing → meestal dede vergadering
Taalnamen → hethet Nederlands

💡 Dit zijn tips, geen vaste regels. Twijfel je? Kijk in het woordenboek of bij het woord in Woorden.

✅ Goede voorbeelden

  • het huis → de huizen
  • de tafel → het tafeltje
  • de afspraak
  • het gesprek

Veelgemaakte fouten

  • het kinderen

    de kinderen

    Een meervoud krijgt altijd ‘de’.

Eindquiz

1 / 4

… boeken liggen op tafel.

Volgende les · A1

Ontkennen met niet en geen →