ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
B1Zelfstandig naamwoord

het zelfvertrouwen

/zelf·ver·trou·wen/

Nieuw

Betekenis

Het geloof dat je iets goed kunt doen.

English

self-confidence

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

self-confidence

Voorbeeld

“Door de complimenten kreeg ze meer zelfvertrouwen.”The compliments gave her more self-confidence.

Meer voorbeelden

  • “Hij mist wat zelfvertrouwen tijdens presentaties.”
  • “Sporten helpt mij om zelfvertrouwen op te bouwen.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Gebruikt om te praten over hoeveel je in jezelf gelooft.

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie

💙 GevoelensGesprekSchool