← Alle woorden
B1Zelfstandig naamwoord
het zelfvertrouwen
/zelf·ver·trou·wen/
Nieuw
Betekenis
Het geloof dat je iets goed kunt doen.
English
self-confidence
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
self-confidence
Voorbeeld
“Door de complimenten kreeg ze meer zelfvertrouwen.”The compliments gave her more self-confidence.
Meer voorbeelden
- “Hij mist wat zelfvertrouwen tijdens presentaties.”
- “Sporten helpt mij om zelfvertrouwen op te bouwen.”
Wanneer gebruik je dit woord?
Gebruikt om te praten over hoeveel je in jezelf gelooft.
Gerelateerde woorden
Categorie en situatie