Easy Dutch Hub
A1 – B2 · Nederlands
Zeg precies hoe je je voelt, van zenuwachtig tot opgelucht.
0 van 48 woorden geleerd
0%
/blij/
Een fijn gevoel hebben omdat er iets goeds is gebeurd.
happy
/ver·drie·tig/
Een naar gevoel hebben, bijvoorbeeld omdat je iets vervelends hebt meegemaakt.
sad
/ze·nuw·ach·tig/
Onrustig en gespannen voelen voor iets belangrijks.
nervous
/op·ge·lucht/
Een fijn gevoel omdat een spannende of moeilijke situatie voorbij is.
relieved
/ge·frus·treerd/
Boos en teleurgesteld omdat iets niet lukt zoals je wilt.
frustrated
/te·leur·ge·steld/
Een naar gevoel omdat iets niet is gegaan zoals je had gehoopt.
disappointed
/on·ze·ker/
Niet goed weten of iets klopt, of geen vertrouwen hebben in jezelf.
insecure, uncertain
/dank·baar/
Een warm gevoel omdat iemand iets goeds voor je heeft gedaan.
grateful
/ja·loers/
Een naar gevoel omdat iemand anders iets heeft dat jij ook wilt.
jealous
/stress/
Een gespannen gevoel doordat je veel te doen hebt of je zorgen maakt.
stress
/ont·span·nen/
Rustig worden en geen stress meer voelen.
to relax / relaxed
/rust/
Een stille, kalme toestand zonder drukte of stress.
rest, calm
/stem·ming/
Hoe je je op een bepaald moment voelt.
mood
/hu·meur/
De manier waarop je je voelt, vooral of je vrolijk of chagrijnig bent.
mood, temper
/som·ber/
Een beetje verdrietig en zonder energie, vaak zonder duidelijke reden.
gloomy, down
/op·ge·won·den/
Vol energie en enthousiasme omdat er iets leuks gaat gebeuren.
excited
/en·thou·si·ast/
Vol energie en positieve interesse over iets.
enthusiastic
/bang/
Angst voelen voor iets of iemand.
afraid, scared
/ge·ïr·ri·teerd/
Een beetje boos worden omdat iets vervelend is.
irritated
/trots zijn op/
Een goed gevoel hebben omdat je of iemand anders iets goeds heeft gedaan.
to be proud of
/vol·doe·ning/
Een tevreden gevoel omdat je iets goed hebt gedaan of afgemaakt.
satisfaction, fulfilment
/een·zaam/
Een naar gevoel hebben omdat je alleen bent, zonder mensen om je heen.
lonely
/op·luch·ting/
Het fijne gevoel dat je krijgt als spanning of zorgen verdwijnen.
relief
/ver·le·gen/
Moeite hebben om je op je gemak te voelen bij andere mensen.
shy
/kalm/
Rustig, zonder stress of onrust.
calm
/moe·de·loos/
Geen energie of hoop meer hebben om door te gaan.
discouraged
/op·per·best/
Heel goed, heel tevreden voelen.
in excellent spirits
/ver·trou·wen/
Het gevoel dat je op iets of iemand kunt rekenen.
trust, confidence
/zelf·ver·trou·wen/
Het geloof dat je iets goed kunt doen.
self-confidence
/op·ge·wekt/
Vrolijk en positief van humeur.
cheerful
/span·ning/
Een gevoel van onrust of stress voor of tijdens iets belangrijks.
tension
/cha·grij·nig/
Een slecht humeur hebben en snel geïrriteerd zijn.
grumpy
/op·ge·ven/
Stoppen met iets proberen omdat het te moeilijk is.
to give up
/op·luch·ten/
Zorgen dat iemand zich beter voelt door spanning weg te nemen.
to relieve
/ge·rust·stel·len/
Iemand helpen om zich minder ongerust te voelen.
to reassure
/je zor·gen ma·ken/
Je ongerust voelen over iets dat kan misgaan.
to worry
/be·zorgd/
Je ongerust voelen over iemand of iets.
worried
/ver·baasd/
Iets onverwachts ervaren, waardoor je even niet weet wat je moet zeggen.
surprised
/op·ge·to·gen/
Heel erg blij en enthousiast.
delighted
/me·de·lij·den/
Een gevoel van verdriet omdat iemand anders het moeilijk heeft.
pity, sympathy
/mee·le·ven/
Je betrokken voelen bij het verdriet of geluk van een ander.
to sympathize
/troos·ten/
Iemand helpen zich beter te voelen na verdriet.
to comfort
/een zucht van op·luch·ting sla·ken/
Duidelijk laten merken dat je opgelucht bent, vaak met een zucht.
to breathe a sigh of relief
/in de wol·ken zijn/
Heel erg blij zijn met iets.
to be over the moon
/he·rin·ne·ring/
Iets uit het verleden waar je aan terugdenkt.
memory
/ge·voel/
Wat er in je binnenste gebeurt: blij, bang, verdrietig of rustig.
feeling
/trots/
Blij en tevreden over iets dat jij of iemand anders heeft bereikt.
proud
/boos/
Kwaad, omdat iets niet eerlijk of niet goed ging.
angry