ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord

de sleutel

/sleu·tel/

Nieuw

Betekenis

Het metalen voorwerp waarmee je een deur open- en dichtdoet.

English

key

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

key

Voorbeeld

“Ik ben mijn sleutels kwijt en kan niet naar binnen.”I've lost my keys and can't get in.

Meer voorbeelden

  • “De buren hebben een extra sleutel van ons huis.”
  • “Je krijgt de sleutel als je het contract hebt ondertekend.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Meervoud is sleutels; de sleutel van iets (niet: voor iets).

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie