ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord

het gezin

/ge·zin/

Nieuw

Betekenis

Ouders en hun kinderen die samen in één huis wonen.

English

family (household)

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

family (household)

Voorbeeld

“We zijn een gezin met drie kinderen.”We are a family with three children.

Meer voorbeelden

  • “Ze willen graag een groot gezin.”
  • “Het gezin verhuist volgende maand naar een groter huis.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Gezin is specifieker dan familie: het gaat om ouders met hun kinderen in één huishouden.

Gerelateerde woorden

familiekinderenopvoeden

Niet verwarren met…

  • gezin ≠ familie

    Familie is breder en omvat ook ooms, tantes en grootouders; gezin is alleen ouders en kinderen samen.

Categorie en situatie