← Alle woorden
A2Zelfstandig naamwoord
het familielid
/fa·mi·lie·lid/
Nieuw
Betekenis
Iemand die tot je familie hoort.
English
family member
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
family member
Voorbeeld
“Op de bruiloft waren veel familieleden aanwezig.”Many family members were present at the wedding.
Meer voorbeelden
- “Zij is een ver familielid van mij.”
- “Alle familieleden kregen een uitnodiging.”
Wanneer gebruik je dit woord?
Je gebruikt dit woord voor elk lid van je familie, dichtbij of verder weg.
Categorie en situatie
👨👩👧 Familie & relatiesFamilie