ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord

de dokter

/dok·ter/

Nieuw

Betekenis

Iemand die zieke mensen onderzoekt en helpt om beter te worden.

English

doctor

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

doctor

Voorbeeld

“Ik ga morgen naar de dokter, want ik heb al een week hoofdpijn.”I'm going to the doctor tomorrow, because I've had a headache for a week.

Meer voorbeelden

  • “De dokter zei dat ik veel moet rusten.”
  • “Kun je voor mij een afspraak bij de dokter maken?”

Wanneer gebruik je dit woord?

In gesprekken zeg je meestal dokter. In brieven en op papier staat vaak arts of huisarts.

Synoniemen

Vaak samen gebruikt

naar de dokter gaaneen afspraak bij de dokterde dokter bellen

Niet verwarren met…

  • dokter ≠ arts

    Dokter gebruik je in gewone gesprekken. Arts is het formele woord, bijvoorbeeld huisarts of specialist.

Categorie en situatie

🩺 GezondheidDokterThuis