ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord

het bezoek

/be·zoek/

Nieuw

Betekenis

Het moment dat je bij iemand langsgaat of iemand bij jou langskomt.

English

visit

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

visit

Voorbeeld

“We krijgen dit weekend bezoek van mijn ouders.”We're having a visit from my parents this weekend.

Meer voorbeelden

  • “Bedankt voor jullie bezoek, het was heel gezellig.”
  • “Ik breng volgende week een bezoek aan mijn oma.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Je zegt: bezoek krijgen van iemand, of op bezoek gaan bij iemand.

Vaak samen gebruikt

bezoek krijgenop bezoek gaan

Gerelateerde woorden

Categorie en situatie