ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
B1Bijvoeglijk naamwoord

aanwezig

/aan·we·zig/

Nieuw

Betekenis

Op de plek waar je moet zijn.

English

present, in attendance

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

present, in attendance

Voorbeeld

“Je moet bij minstens tachtig procent van de lessen aanwezig zijn.”You have to attend at least eighty percent of the lessons.

Meer voorbeelden

  • “Ik ben morgen niet aanwezig, ik ben ziek.”
  • “Alle ouders waren aanwezig bij de bijeenkomst.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Het tegenovergestelde is afwezig. Beide woorden staan vaak in schoolregels en e-mails.

Gerelateerde woorden

afweziglesafmeldendocentbeschikbaar

Categorie en situatie