Vergelijken: groter, grootst
🎯 Doel: Je maakt de vergrotende en overtreffende trap.
Uitleg
Vergrotende trap: + er. Groot → groter. Na een r komt er een d bij: duur → duurder.
Overtreffende trap: + st. Groot → grootst. Vaak met ‘het’: Dit is het grootst.
Vergelijk met ‘dan’: Amsterdam is groter dan Leiden. Gelijk: even groot als.
Onregelmatig: goed – beter – best, veel – meer – meest, weinig – minder – minst, graag – liever – liefst.
✅ Goede voorbeelden
- De trein is sneller dan de bus.
- Dit is de duurste jas.
- Ik drink liever thee.
- Zij is even oud als ik.
Veelgemaakte fouten
Hij is groter als zijn broer.
Hij is groter dan zijn broer.
Na een vergrotende trap gebruik je ‘dan’; ‘als’ hoort bij ‘even … als’.
Eindquiz
1 / 3Deze fiets is … dan die. (duur)
Volgende les · B1
Bijzinnen: het werkwoord naar het eind →