ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A2Werkwoord

spreken

/spre·ken/

Nieuw

Betekenis

Woorden uitspreken, praten met iemand.

English

to speak

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to speak

Voorbeeld

“Kan ik u even spreken?”Could I speak with you for a moment?

Meer voorbeelden

  • “Spreekt u Engels?”
  • “We spreken elkaar volgende week weer.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Formeler dan 'praten'; wordt gebruikt bij een gesprek of taal.

Werkwoordsvormen

Infinitief: spreken

Tegenwoordige tijd: ik spreek · jij spreekt · wij spreken

Verleden tijd: sprak / spraken

Voltooid: heeft gesproken

Gerelateerde woorden

Niet verwarren met…

  • spreken ≠ praten

    Praten is informeel kletsen; spreken is formeler, bijvoorbeeld een taal spreken.

Categorie en situatie