← Alle woorden
A1Zelfstandig naamwoord
het paspoort
/pas·poort/
Nieuw
Betekenis
Een officieel document waarmee je naar het buitenland kunt reizen.
English
passport
Arabisch · العربية
—
In jouw taal · English
passport
Voorbeeld
“Mijn paspoort is over twee maanden verlopen.”My passport expires in two months.
Meer voorbeelden
- “Je moet je paspoort persoonlijk ophalen bij de gemeente.”
- “Zonder geldig paspoort mag je het vliegtuig niet in.”
Wanneer gebruik je dit woord?
Je vraagt een paspoort aan en haalt het later op bij de gemeente.
Gerelateerde woorden
Categorie en situatie