ED

Easy Dutch Hub

A1 – B2 · Nederlands

A1
← Alle woorden
A1Werkwoord

aankleden

/aan·kle·den/

Nieuw

Betekenis

Kleren aandoen.

English

to get dressed

Arabisch · العربية

—

In jouw taal · English

to get dressed

Voorbeeld

“Kleed je snel aan, we moeten weg.”Get dressed quickly, we have to leave.

Meer voorbeelden

  • “Ik kleed mij eerst aan en dan ontbijt ik.”
  • “Zij kleedt de baby elke ochtend aan.”

Wanneer gebruik je dit woord?

Vaak wederkerend: je kleedt je aan (voor jezelf) of je kleedt iemand aan.

Werkwoordsvormen

Infinitief: aankleden

Tegenwoordige tijd: ik kleed me aan · jij kleedt je aan · wij kleden ons aan

Verleden tijd: kleedde aan / kleedden aan

Voltooid: heeft aangekleed

Gerelateerde woorden

kledingdouchenopstaanochtenduittrekken

Categorie en situatie