Een nieuwe buur
1 min lezen · Sociale gesprekken
Je begrijpt wie iemand is en waar iemand woont.
Ik ben Sara. Ik woon sinds maandag in een nieuw huis. Mijn huis is klein, maar de straat is . Naast mij woont Leo. Hij is mijn .
Op dinsdag staat Leo voor mijn deur. Hij zegt: “Welkom in de straat!” Hij heeft een plant voor mij. Ik zeg: “Dank je wel. Wil je koffie?” We drinken koffie in de keuken. Leo werkt in een winkel. Ik werk op een school.
Op zaterdag gaan we samen naar de . De is dicht bij ons huis. We gaan lopen. Ik ben blij: ik ken nu iemand in mijn nieuwe straat.
Woorden bij de tekst
Begrijp je de tekst?
1 / 3Wanneer komt Leo bij Sara?
Gebruik wat je hebt geleerd
Stel jezelf in drie zinnen voor aan een nieuwe buur.
Verder met schrijven