Boodschappen voor het eten
1 min lezen · Winkelen
Je begrijpt een eenvoudig boodschappenplan.
Milan gaat naar de supermarkt. Vanavond eet zijn zus bij hem. Hij wil soep maken. Thuis heeft hij al uien en zout. Hij heeft nog tomaten en brood .
In de winkel pakt Milan zes tomaten en één brood. Hij koopt ook appels. Zijn zus houdt van appels. Bij de betaalt hij met zijn pinpas.
Om zes uur komt zijn zus. De soep is klaar. Ze eten samen. Na het eten drinkt Milan thee. Zijn zus drinkt water.
Woorden bij de tekst
Begrijp je de tekst?
1 / 3Wat heeft Milan al thuis?
Gebruik wat je hebt geleerd
Schrijf een boodschappenlijst met vijf dingen voor jouw avondeten.
Verder met schrijven